Het is de laatste dag van januari. Met een dekentje over mijn benen tegen de kou werk ik in mijn tochtige lokaal aan een rapportage als de telefoon gaat. Het is de zoon van een ernstig zieke man. Die, nu hij in de laatste fase van zijn leven is, besloten heeft dat hij een deel van zijn jeugd wil laten optekenen door een ghostwriter. Er is wat haast bij. “Heb je al eens eerder als ghostwriter opgetreden?” vraagt de zoon. Helaas, dat is niet het geval. “Maar voor alles is een eerste keer en ik wil deze discipline graag onder de knie krijgen.” Deventer ghostwriter, daar heb ik wel oren naar.

Een week later zit ik aan de keukentafel met vader, moeder en zoon. We drinken verveine thee, een schaal met koekjes en iPads met rode opnameknoppen liggen op tafel. We tasten elkaar af. “Dus je hebt dit nog nooit gedaan?” “Wie is je favoriete schrijver, je favoriete columnist?” Ik krijg een spervuur aan vragen van de man en ik kan niet peilen of mijn antwoorden zijn goedkeuring wegdragen. Ik vraag naar het wie, wat, waar en waarom van het boekje. We nemen een werkwijze door en spreken af dat ik een eerste stukje opstuur.

Als ik terugfiets, heb ik zo mijn aarzelingen over dit project. De tijdsdruk, de beladenheid en de scepsis die ik bespeurde zijn niet de ideale voorwaarden waaronder ik aan een nieuw schrijfavontuur wil beginnen. Maar toch. De nieuwsgierigheid wint het van mijn twijfel. Ik vraag een beetje hulp van een oud-collega en stuur een proef van een eerste hoofdstuk op. Een week later fiets ik weer naar het in het bos gelegen statige huis van de familie.  De sfeer aan de keukentafel is ditmaal anders. De proef is in goede aarde gevallen en als het mij ook bevalt, dan willen ze graag de samenwerking aan. Ik wil het ook. Het ijs is gebroken.

Een aantal gesprekken volgt. We praten over de armoede in een veenkolonie, de rijkdom van het leven op een boerderij. Over de angst en soms sensatie van de oorlog. Daar waar ik soms hulp nodig bij het begrijpen van de verhoudingen in een boerenbedrijf, spoor ik meneer T. aan om niet alleen feitelijkheden te beschrijven, maar te zoeken naar anekdotes, geuren en emoties. En als we elkaar niet begrijpen is er altijd mevrouw E. die haar man als geen ander kent en mijn vraag verduidelijkt voor hem. Of zijn antwoord van voor mij van toelichting voorziet. Langzamerhand vinden we elkaar. Met elke keer dat ik wegfiets realiseer ik me een beetje meer hoe fijn het is dat ik aan dit project mag werken.

Het verhaal neemt zijn vorm aan en nadert het slot. Tijd voor het volgende hoofdstuk: de vormgeving. Meneer T. kan niet alleen uit een scherp geheugen diepen, zijn leven en dat van zijn familie is rijk gedocumenteerd in foto-albums. Foto’s zullen als illustratie bij de tekst dienen. Het verhaal verdient een sober, elegante vormgeving. Ik zoek een vormgever die me kan helpen. De mensen van Houdbaar blijken mijn vraag beter te begrijpen dat ik zelf. Hun voorstel is sober, elegant en doet recht aan het prachtige fotomateriaal.

Het concept wordt nog goedgekeurd, daarna is het aan mevrouw T, mij en de zoon om het boekje tot een mooi geheel te brengen.

Een warme vrijdag in mei. Een mailtje van Houdbaar. De boekjes zijn binnen. Ik neem contact op met mevrouw T. die enorm blij is dat ik uitgerekend vandaag bel. Haar dochter is voor een paar dagen over uit Canada, over een paar dagen vertrekt ze weer. Op zaterdagochtend zit ik  met mevrouw T. en haar dochter aan de keukentafel. Dankbaar en trots op dit verschrikkelijk mooie boekje. Een bijzonder verhaal over een bijzondere man.

Op zoek naar een ghostwriter in de omgeving van Deventer? Neem contact met mij op en vraag naar de mogelijkheden.